Pup wagenziek in de auto

Kwijlen, veel slikken, onrustig heen en weer schuiven, en dan toch overgeven vlak voor je aankomt. Wagenziekte komt bij jonge honden veel voor en gaat bij de meeste vanzelf over. Wat er ondertussen toe doet is dat de auto voor je pup niet de plek wordt waar je pup altijd misselijk van wordt, want dat is het deel dat wél kan blijven hangen.

Een puppy ligt rustig te slapen tijdens een autorit.

Pupwijzer Gids · september 2026

Waaraan je het ziet

Wagenziekte begint bijna altijd eerder dan het overgeven zelf. De eerste signalen zijn kwijlen, opvallend vaak slikken, gapen zonder moe te zijn, en niet stil kunnen liggen. Daarna komt piepen of janken, en pas aan het eind het overgeven.

Dat je die eerste signalen leert herkennen is het nuttigste deel van dit artikel, want dat is het moment waarop je de rit nog kunt bijsturen: een raampje open, even stoppen, rustiger rijden. Als je pup eenmaal overgeeft is die rit als leerervaring al verloren.

Het komt doordat het evenwichtsorgaan bij een jonge hond nog in ontwikkeling is. Bij de meeste honden wordt het in de loop van de eerste maanden minder en verdwijnt het daarna; hoe snel dat gaat verschilt per hond.

Misselijk of gespannen? Het verschil bepaalt de aanpak

Twee verschillende dingen zien er in de auto bijna hetzelfde uit, en ze vragen iets anders van je.

Bij misselijkheid begint het meestal pas als de auto rijdt, wordt het erger bij bochten, rotondes en optrekken en remmen, en zakt het als je stilstaat. Je pup stapt daarvoor gewoon in.

Bij spanning begint het eerder: bij het pakken van de sleutels, bij de achterklep, of al bij het aanlijnen. Je pup rilt, hijgt, zet zich schrap bij het instappen of probeert weg te draaien. Dat gedrag hoort niet bij een wankel evenwichtsorgaan maar bij wat de auto is gaan betekenen, meestal omdat de ritten tot nu toe naar de dierenarts gingen of op misselijkheid uitliepen.

In de praktijk lopen die twee door elkaar heen: een pup die drie keer misselijk is geweest, wordt er ook gespannen van. Dan pak je ze allebei aan, en begin je bij het opbouwen verderop.

Wat je vóór de rit doet

Rijd niet vlak na het eten. Een paar uur ertussen scheelt bij veel honden merkbaar. Helemaal niets geven is meestal niet nodig en soms averechts, want een lege maag kan de misselijkheid ook verergeren; een kleine portie ruim van tevoren zit daar tussenin.

Laat je pup eerst plassen en even snuffelen, zodat je pup niet met een volle blaas en volle kop instapt. Zet de auto van tevoren open als hij in de zon heeft gestaan, want warmte maakt misselijkheid erger. Zorg tijdens de rit voor wat frisse lucht, bijvoorbeeld een raam op een kier aan de kant waar je pup zit.

En plan de rit op een moment dat je pup normaal gesproken toch zou slapen. Een pup die in slaap valt is niet misselijk.

Hoe je pup het beste zit

Laat je pup in de rijrichting kunnen kijken in plaats van opzij. Zijwaarts uit het raam kijken geeft een beeld dat niet klopt met wat het evenwichtsorgaan voelt, en daar wordt misselijkheid meestal erger van.

Verder helpt het als je pup laag en stabiel ligt in plaats van te moeten balanceren. Of je daarvoor een box, een gordel met tuig of een autostoel gebruikt hangt af van je auto en de grootte van je hond; welke oplossing bij welk formaat past staat in voor het eerst met je pup in de auto. Wat je in elk geval niet doet is je pup los op de achterbank laten liggen, hoe rustig dat er ook uitziet.

Wat wij aanraden

Jake and Jacky autodeken, 145 bij 100 cm

Waterdicht · achterbank of kofferbak · met ophangriemen · actuele prijs op bol

Waarom juist nu: in de maanden dat je pup nog misselijk wordt, gaat er vroeg of laat iets mis in de auto. Een waterdichte laag over de bekleding scheelt je dat hele gedoe, en jij gaat daardoor ook minder opzien tegen de volgende rit.

Waar je op let: dit is een beschermlaag, geen bevestiging. Je gebruikt hem samen met een box, gordel of autostoel, niet in plaats daarvan.

Bekijk bij bol

Als je via deze link iets koopt kunnen wij een commissie ontvangen. Jij betaalt daardoor niet meer.

Bekijk alle puppyspullen, per fase →

Tijdens de rit

Hoe je rijdt doet meer dan de meeste mensen verwachten. Rustig optrekken, ruim voor de bocht afremmen en zoveel mogelijk rechte stukken kiezen scheelt, zeker op de eerste ritten. De weg naar de snelweg door het dorp is vaak vervelender dan de snelweg zelf.

Praat niet de hele rit tegen je pup en draai je niet steeds om. Je pup leest jouw onrust mee, en aandacht op het moment dat het misgaat maakt het spannender dan het is. Zeg gewoon niets en rijd door.

Zie je de eerste signalen, stop dan als dat veilig kan en laat je pup even buiten staan en snuffelen. Dat is geen beloning voor misselijk zijn; het is een pauze waardoor de rit niet helemaal misloopt.

De auto opnieuw opbouwen

Dit is het deel dat op de lange termijn het meeste verschil maakt, en het kost een paar weken van telkens een paar minuten.

Begin met instappen zonder rijden: motor uit, iets lekkers, na een minuut weer uitstappen. Doe dat een paar keer, en voeg dan de motor toe zonder weg te rijden. Daarna een rondje om het blok, terug naar huis, klaar. Pas als dat goed gaat rijd je naar een leuke plek: een veldje, een rustig bos, iets waar je pup mag snuffelen.

Waar het om gaat is de verhouding. Als negen van de tien ritten naar de dierenarts of de trimmer gaan, is de auto voor je pup precies dat. Zorg dat er genoeg ritten bij zitten die op iets leuks uitlopen, ook als je pup nog een beetje misselijk wordt.

Ga bij een pup die al gespannen instapt een stap terug: eerst alleen bij de open auto rondlopen en eten, dan pas erin. Hoe je een pup die overprikkeld raakt weer naar beneden krijgt staat in een overprikkelde pup kalmeren.

Wat je beter niet doet

Je pup een dag laten vasten voor een rit helpt niet en maakt je pup alleen slap. Doorrijden om er "doorheen te trainen" werkt bij misselijkheid ook niet, want je pup leert er vooral van dat de auto misselijk maakt. Boos worden of je pup terugduwen als de pup niet wil instappen maakt de spanning groter en kost je later meer werk.

Geef ook geen middelen uit het medicijnkastje. Er zijn mensenmedicijnen tegen reisziekte waarvan je online leest dat ze bij honden ook kunnen; dosering en veiligheid verschillen per hond en per middel, en sommige zijn voor honden ronduit gevaarlijk. Dat is een vraag voor je dierenarts, niet voor een website.

Medicijnen: een gesprek met je dierenarts

Voor honden bestaat er receptmedicatie tegen misselijkheid bij reizen, en dierenartsen schrijven die ook aan jonge honden voor als daar reden voor is. Of het bij jouw pup past, vanaf welke leeftijd en in welke dosering, hoort bij je eigen dierenarts thuis; dat hangt af van leeftijd, gewicht, gezondheid en hoe vaak jullie rijden.

Wat je zelf kunt doen is de vraag concreet maken: hoe vaak rijden jullie, hoe lang duurt zo'n rit, wat zie je precies en vanaf welk moment. Met die informatie kan je dierenarts iets zinnigs zeggen. Moet je binnenkort een keer ver rijden, vraag het dan ruim van tevoren en niet de dag ervoor.

Wanneer het geen wagenziekte meer is

Overleg met je dierenarts als je pup blijft overgeven terwijl de pup ouder wordt en het eerder juist minder had moeten worden, als er ook buiten de auto misselijkheid, diarree of gewichtsverlies bij komt, of als je pup in paniek raakt in plaats van misselijk wordt: trillen, hijgen, krabben aan de deuren, niet meer te bereiken zijn. Dat laatste vraagt een andere aanpak dan wat hierboven staat, en dan is een gedragsdeskundige via je dierenarts de kortste weg.

Dit artikel gaat over wat je zelf kunt doen. Over medicatie, leeftijd en dosering staat hier bewust niets concreets, omdat dat per hond verschilt en bij je eigen dierenarts hoort.