Mijn pup luistert ineens niet meer: wat er rond de puberteit gebeurt
Rond een maand of zes verandert er bij veel honden iets in het gedrag. Terugkomen gaat slechter, buiten is alles interessanter en dingen die al goed gingen lijken opeens weg. Meestal is dat niet zo. Wat je hond eerder heeft geleerd raakt niet zomaar weg; het is in deze periode alleen moeilijker op te roepen. Hieronder staat wat er verandert, wat je er in de praktijk aan doet en wanneer het verstandig is om er iemand bij te halen.

Check, vijf vragen
Waar zit jouw hond in?
Je krijgt per antwoord te zien wat bij deze leeftijd kan passen, wat je in de gaten houdt en waarvoor je beter iemand belt. Er wordt niets opgeslagen.
Wat er rond deze leeftijd verandert
Bij veel honden begint ergens tussen de zes en twaalf maanden de periode die we de puberteit noemen. Het precieze moment verschilt per hond: kleine rassen zijn er meestal eerder aan toe dan grote rassen, en ook binnen een ras zit verschil. Wat dierenartsen en trainers beschrijven, komt op hetzelfde neer: jonge honden worden in die maanden onrustiger en zijn meer op de omgeving gericht dan op de eigenaar, en dat heeft te maken met een brein dat nog niet klaar is.
Wat eigenaren in deze maanden vaak melden: de hond reageert trager op de eigen naam, komt niet meer meteen terug, trekt weer aan de lijn, wil naar elke andere hond toe, en schrikt soms van dingen die eerder gewoon waren. Dat is vervelend, maar het zegt weinig over hoe het later gaat.
Het helpt om deze periode te zien als een tijd waarin je minder nieuwe dingen leert en meer onderhoudt wat er al is. Je vraagt in wat makkelijkere omstandigheden hetzelfde als eerst, en je bouwt van daaruit weer op.
Is het de puberteit, of is er iets anders aan de hand
Voordat je aan het gedrag gaat werken, is het goed om een paar andere dingen uit te sluiten. Gedrag dat ineens verandert kan ook met iets anders te maken hebben.
Pijn of ongemak. Honden die ergens last van hebben, reageren vaak anders: korter lontje, minder zin om te komen, niet meer willen springen of traplopen. Zie je dat, laat je hond dan eerst nakijken door de dierenarts. Dat is geen overdreven stap; het scheelt weken werken aan iets dat geen gedragsprobleem is.
Te veel op een dag. Een jonge hond die weinig slaapt en veel meemaakt, luistert slechter. Dat ziet eruit als onwil, terwijl het vaak gewoon vermoeidheid is. Een paar rustige dagen laten meestal zien of dat meespeelt.
Onduidelijke afspraken. Als de een de hond wel op de bank laat en de ander niet, of als "hier" soms leuk is en soms het einde van het spel betekent, wordt het voor de hond lastiger om te kiezen.
Terugkomen opnieuw opbouwen
Terugkomen is het onderdeel waar de meeste mensen in deze fase tegenaan lopen, en het is ook het onderdeel waar je het meest aan kunt doen. De aanpak die in de praktijk het beste werkt, is niet moeilijker roepen, maar het weer makkelijker maken.
Dat betekent: oefenen op plekken waar weinig te beleven valt, belonen met iets waar je hond op dat moment echt wat om geeft, en niet elke keer dat je hond terugkomt de lijn eraan doen en naar huis lopen. Als terugkomen bijna altijd het einde van de vrijheid betekent, wordt het minder aantrekkelijk.
Tot het weer betrouwbaar gaat, is een lange lijn een praktische tussenstap. Je hond kan een flink stuk vooruit, maar je hoeft er nooit achteraan en je kunt rustig blijven in plaats van harder roepen. Laat de lijn over de grond slepen op plekken waar dat veilig kan, en gebruik de lijn om te voorkomen dat je hond leert dat weglopen ook een optie is.
Onze keuze
Miqdi lange lijn van BioThane, 10 meter
Waarom wij deze aanraden: BioThane blijft soepel, neemt geen water op en is na een modderige wandeling met een doek schoon. Tien meter geeft ruimte om terugkomen te oefenen zonder dat je hond er echt vandoor kan.
Geschikt voor: honden vanaf ongeveer zes maanden, bij het opnieuw opbouwen van terugkomen in het bos of op een veld.
Waar je op let: gebruik een lange lijn aan een tuig en niet aan een halsband, en laat de lijn alleen slepen op open terrein waar die niet achter struiken blijft haken.
Als je via deze link iets koopt kunnen wij een commissie ontvangen. Jij betaalt daardoor niet meer.
Bouw het op in stappen: eerst op een rustig stuk waar niets gebeurt, daarna met iemand die op afstand langsloopt, en pas veel later met een andere hond in de buurt. Gaat het twee keer achter elkaar mis, ga dan terug naar de stap waar het nog wel lukte.
Buiten: trekken, negeren en overal naartoe willen
Veel jonge honden gaan in deze periode weer trekken. Dat komt zelden doordat ze het vergeten zijn; buiten is op dat moment gewoon interessanter geworden. Wat helpt is korter en vaker oefenen, op een tijdstip waarop het rustig is, en teruggaan naar de plek waar het nog wel lukte.
Loop je in een omgeving waar je hond steeds naar andere honden toe wil, dan is afstand vaak de eerste oplossing. Op een afstand waarop je hond nog naar jou kan kijken, valt er iets te belonen; zit je er bovenop, dan valt er alleen nog te corrigeren. Uitwijken voelt als toegeven, maar het is in deze maanden vaak het verschil tussen oefenen en overleven.
Blijft het trekken een dagelijks probleem, dan is het verstandig om ook naar de uitrusting te kijken. Wat daarbij wel en niet prettig werkt staat in tuigje of halsband voor een puppy.
Wat in de praktijk zelden helpt
Strenger worden lost dit meestal niet op. Een hond die in deze fase wordt gecorrigeerd voor te laat terugkomen, leert vooral dat terugkomen ongemakkelijk kan aflopen. Hetzelfde geldt voor blijven roepen: hoe vaker je naam of commando klinkt zonder dat er iets gebeurt, hoe minder het betekent.
Ook meer beweging is niet vanzelf de oplossing. Een jonge hond die al onrustig is, wordt van een extra uur rennen zelden rustiger. Vaak levert een rustige dag met wat snuffelwerk meer op dan een lange wandeling.
Hoe lang het ongeveer duurt
Er is geen vaste einddatum. Bij de meeste honden eindigt deze periode ergens rond anderhalf jaar, en bij grote, langzaam groeiende rassen loopt het soms door tot een jaar of twee. Hoe het verloopt hangt af van het ras, het karakter en van wat er in die maanden gebeurt. Meer daarover staat in hoe lang de puberteit bij een hond duurt.
Wat in die tijd helpt is regelmaat: dezelfde afspraken in huis, korte oefenmomenten en genoeg slaap. Het is saai advies, en tegelijk het advies waar de meeste eigenaren achteraf het meeste aan bleken te hebben.
Wanneer je er iemand bij haalt
Bij een paar dingen is het verstandig om niet te blijven aanmodderen. Grommen of happen naar mensen in huis, echte angst die niet minder wordt, en agressief gedrag naar andere honden horen niet bij een fase die vanzelf overgaat. Neem dan contact op met je dierenarts of met een gedragsdeskundige die met beloning werkt.
Twijfel je of iets nog binnen het gewone valt, dan is één keer navragen meestal goedkoper dan een half jaar aanmodderen met iets dat ondertussen groter wordt.
Bronnen voor de leeftijden in dit artikel: het Riney Canine Health Center van Cornell University (adolescentie start rond zes maanden en eindigt meestal rond achttien maanden, soms later afhankelijk van het ras) en de Britse dierenartsorganisatie PDSA (start rond acht tot twaalf maanden, grote rassen zijn later volwassen).