Bezoek over de vloer met een pup: zo blijft het rustig
Bezoek is voor een pup een van de spannendste dingen die er in de eerste weken gebeuren. Er komen vreemde mensen binnen, iedereen kijkt naar de pup, en alles ruikt en klinkt anders dan normaal. Het gaat meestal goed als je drie dingen regelt: een korte, rustige kennismaking, daarna een eigen plek waar de pup tot rust kan komen, en bezoek dat weet wat je van ze vraagt. Hieronder staat hoe je dat in de praktijk doet, en waarom het werkt.

Waarom bezoek zo spannend is voor een pup
Voor jou is bezoek een gewone avond. Voor een pup van tien of twaalf weken is het een gebeurtenis: nieuwe geuren, harde stemmen, mensen die zich bukken en handen uitsteken, en vaak ook eten op tafel. Daar komt bij dat bezoek zich meestal meteen op de pup richt. Iedereen wil aaien, roepen, iets geven. Dat is goed bedoeld, maar het is veel tegelijk.
Een pup kan daar op twee manieren op reageren. De ene pup wordt steeds drukker: rennen, happen, tegen mensen opspringen, niet meer luisteren. De andere pup trekt zich terug, blaft vanaf een afstand of zoekt jou op. Beide reacties zeggen hetzelfde: er komt te veel binnen. Hoe je dat herkent en wat je er aan doet staat uitgebreider in overprikkelde puppy kalmeren. Voor bezoek is de kern eenvoudig: hoe minder er in één keer op de pup afkomt, hoe groter de kans dat het een prettige ervaring wordt.
Wat je regelt vóór de bel gaat
Het meeste werk zit in de voorbereiding, en die kost weinig moeite.
Zorg dat je pup geplast heeft en niet oververmoeid is. Een pup die net wakker is en buiten is geweest, kan bezoek beter aan dan een pup die eigenlijk aan een dutje toe is. Valt het bezoek in de tijd waarin je pup normaal slaapt, houd er dan rekening mee dat het sneller te veel wordt. Hoeveel een jonge pup eigenlijk slaapt lees je in hoeveel slaapt een puppy.
Maak de eigen plek klaar. Een bench, mand of kleed op een plek waar de pup het bezoek wel kan zien maar er niet middenin ligt. Leg er iets neer om op te kauwen of te likken, zodat de pup daar straks iets te doen heeft. Als de bench nog nieuw is, is bezoek geen goed moment om die voor het eerst te gebruiken; oefen dat op rustige dagen. Meer over de plek en de maat van een bench staat in welke bench past bij je pup.
Ruim weg wat je niet in een puppybek wilt. Tassen, schoenen en jassen van bezoek komen op de grond terecht en zijn voor een pup erg interessant. Een haakje of een gesloten deur scheelt een avond corrigeren. Hoe je daar in het algemeen naar kijkt staat in je huis puppyproof maken.
Spreek van tevoren met je bezoek af hoe het gaat. Dit is de stap die het vaakst wordt overgeslagen en het meeste verschil maakt. Eén berichtje vooraf is genoeg: "We hebben een pup van elf weken. Zouden jullie bij binnenkomst de pup even willen negeren tot die zelf naar jullie toe komt? En liever niet over de pup heen buigen of oppakken." De meeste mensen doen dat graag als je het vraagt, en vinden het lastig om te horen als de pup al tegen ze opspringt.
De binnenkomst: kort en rustig
De eerste minuut bepaalt veel. Als je pup bij het openen van de deur meteen tussen de benen door schiet en iedereen tegen de knieën springt, begin je de avond al met corrigeren. Dat is te voorkomen.
Houd je pup bij de binnenkomst even bij je: aan de lijn, op de arm als de pup nog klein is, of achter een traphekje. Laat het bezoek binnenkomen, jassen ophangen en gaan zitten. Zitten helpt: een zittend mens is voor een pup veel minder overweldigend dan iemand die staat en zich bukt. Laat daarna de pup los en laat de kennismaking van de pup uitgaan. Bezoek dat rustig blijft zitten en de pup laat snuffelen, is voor de pup een stuk makkelijker dan bezoek dat roept en klopt.
Snuffelen aan een hand is prima. Een paar seconden aaien onder de kin of op de borst ook. Oppakken, over de pup heen buigen en op de kop aaien zijn dingen waar veel pups van terugdeinzen; die kun je beter bewaren voor als de pup het bezoek al kent.
Opspringen tegen bezoek
Opspringen is de meest voorkomende klacht rond bezoek, en het heeft een simpele reden: het werkt. Een pup die opspringt krijgt bijna altijd aandacht, ook als die aandacht "nee" of "af" is. Voor een pup telt ook die reactie als aandacht.
Wat in de praktijk goed werkt, is het omkeren: de pup krijgt aandacht zodra alle vier de poten op de grond staan, en het bezoek draait weg of kijkt weg zolang de pup springt. Dat vraagt dat je bezoek meedoet, en daarom is dat berichtje vooraf zo nuttig. Je kunt het ook makkelijker maken door de pup bij de binnenkomst aan de lijn te houden en pas los te laten als de eerste opwinding voorbij is, of door de pup bij de begroeting iets te geven om te doen, bijvoorbeeld een handje voer op de grond.
Straffen voor opspringen helpt meestal niet. De pup leert er niet van wat je wel wilt, en bij een gevoelige pup maakt het bezoek er alleen maar spannender van. Belonen wat je wel wilt zien is saaier, maar het is wat op den duur werkt. Reken erop dat het bij een pup van drie maanden nog niet lukt; opspringen is iets wat je met veel herhaling afleert, niet in één avond.
Tijdens het bezoek: een eigen plek en een pauze
Na de kennismaking komt het moment dat veel mensen missen. De pup is een tijdje het middelpunt geweest, iedereen heeft geaaid, en dan gaat het gesprek verder. Voor de pup is de spanning er dan nog niet uit. Dit is het moment waarop het rennen en happen begint, of waarop de pup onder de tafel spullen gaat verzamelen.
Geef de pup daarom na de eerste kennismaking bewust een pauze op de eigen plek, met iets om op te kauwen of te likken. Niet als straf, maar als rustmoment. Sommige pups vallen daar binnen een paar minuten in slaap; andere hebben even nodig. Als de bench een fijne plek is, kun je het deurtje sluiten zodat de pup niet steeds wordt gestoord door bezoek dat toch even wil aaien. Een pup die al gewend is aan korte momenten alleen heeft hier duidelijk voordeel van; hoe je dat opbouwt lees je in je pup alleen thuis leren blijven.
Valt het bezoek samen met het drukke avonduur van je pup, dan komt daar vaak nog een schepje bovenop. Herken je dat, lees dan ook het spookuurtje. En let op de signalen dat het genoeg is: rondrennen zonder doel, happen naar handen en broekspijpen, niet meer reageren op de eigen naam. Dat is geen ongehoorzaamheid; de pup zit vol. Dan is het tijd voor de eigen plek, ook als het bezoek dat jammer vindt.
Twee praktische dingen nog. Bezoek geeft graag iets van tafel; spreek af dat dat niet gebeurt, al is het maar omdat lang niet alles wat wij eten geschikt is voor een pup en omdat bedelen aan tafel iets is wat je daarna maandenlang terugziet. En houd een pup die nog niet zindelijk is in de gaten: opwinding en veel drinken betekenen vaker plassen. Even naar buiten voordat de pup naar de eigen plek gaat, voorkomt een ongelukje op het kleed.
Als je pup bang is voor bezoek
Niet elke pup wordt druk van bezoek. Sommige pups blaffen vanaf een afstand, kruipen weg of blijven bij jou hangen. Dat kan met de leeftijd te maken hebben, met het karakter, met wat de pup bij de fokker of in het asiel heeft meegemaakt, of gewoon met deze specifieke bezoeker.
Het belangrijkste is dat je de pup niet naar het bezoek toe dwingt. Oppakken en op schoot van de bezoeker zetten voelt als een oplossing, maar de pup leert dan dat zelf afstand nemen niet mag. Laat de pup op eigen tempo kijken en snuffelen. Vraag het bezoek om de pup te negeren, niet aan te kijken en geen lekkers voor te houden; dat laatste lijkt vriendelijk, maar het trekt een bange pup in een situatie die die eigenlijk te spannend vindt. Vaak komt de pup later op de avond uit zichzelf een kijkje nemen. Dat is precies wat je wilt: de ervaring dat bezoek er is en dat er niets gebeurt.
Blijft een pup ook na meerdere rustige bezoekjes duidelijk bang, of wordt het erger in plaats van beter, dan is het verstandig om er een goede trainer of gedragsdeskundige bij te vragen. Angst die vroeg wordt begeleid, is meestal beter te sturen dan angst die is ingesleten.
Kinderen op bezoek
Kinderen en pups vinden elkaar geweldig, en juist daarom gaat het vaak te hard. Kinderen rennen, gillen, willen de pup optillen en achterna zitten, en een pup reageert daar met dezelfde energie op: rennen en happen. Voor het kind zijn de puppytandjes dan ineens niet leuk meer.
Een paar afspraken vooraf schelen veel. Kinderen zitten op de grond of op de bank als ze de pup willen aaien, en de pup komt naar hen toe in plaats van andersom. Niet optillen, niet achtervolgen, niet aan staart of oren. Als de pup slaapt, laten slapen. En er is altijd een volwassene bij die in de buurt blijft; niet omdat er meteen iets misgaat, maar omdat een pup en een kind allebei nog niet goed kunnen inschatten wanneer het te veel wordt. Gaat de pup toch happen, dan vind je in je puppy bijt alles hoe je dat aanpakt zonder het kind of de pup de schuld te geven.
Wat je pup hiervan leert
Bezoek is meer dan iets wat je moet zien te overleven. Het is een van de beste gelegenheden om een pup te laten wennen aan mensen die niet tot het gezin horen: verschillende leeftijden, stemmen, manieren van bewegen. Een pup die in de eerste maanden geregeld rustig bezoek meemaakt, leert dat vreemden in huis normaal zijn en dat er daarna gewoon weer rust komt. Dat merk je later terug, ook buiten de deur.
Het gaat daarbij niet om zoveel mogelijk bezoek, maar om bezoek dat goed gaat. Twee bezoekers die rustig gaan zitten en de pup laten komen, doen meer dan een verjaardag met vijftien man waarbij de pup overprikkeld raakt. Hoe snel dat gaat verschilt per pup: leeftijd, ras, karakter en wat de pup al heeft meegemaakt maken verschil, en dat is geen tekortkoming van jou of van je pup. Wat je in de hand hebt, is de voorbereiding, de eigen plek en de afspraken met je bezoek. Met die drie dingen geregeld is bezoek meestal gewoon een gezellige avond, ook met een pup in huis.
Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen dierenarts. Twijfel je over de gezondheid van je pup, bel dan je dierenarts.