De eerste week met je pup, dag voor dag
De eerste week draait om vier dingen: veel slaap, een vast ritme, meteen beginnen met naar buiten gaan voor de plas, en de wereld klein houden. Alles wat je daarna wilt (netjes lopen, alleen kunnen zijn, kunstjes) wordt makkelijker als die basis er staat. Hieronder staat hoe zo'n week er in een gewoon huishouden uitziet, wat je bij de dierenarts regelt en waar je op let.

Dag één: aankomen en verder niets
De dag dat je pup thuiskomt is voor de pup een verhuizing, een autorit en een compleet nieuwe wereld op één dag. Wat er die dag het meeste toe doet is dat er weinig gebeurt: even snuffelen in één ruimte, naar buiten voor een plas, en daarna slapen op de plek waar je pup ook 's nachts gaat liggen. Hoe die dag er van uur tot uur uitziet staat in de eerste dag met je pup.
Voor de rest van het gezin is dat vaak het lastigste deel: iedereen wil de pup vasthouden, en dat is precies wat er die dag nog niet bij past.
Dag twee tot zeven: het ritme dat de week draagt
Vanaf dag twee helpt het om steeds dezelfde volgorde aan te houden: wakker worden, naar buiten, eten, even spelen of rondscharrelen, weer naar buiten, en dan slapen. Die volgorde is geen schema met vaste tijden; je pup bepaalt wanneer de dag begint en hoe lang een rondje duurt. Wat vast is, is de volgorde.
Dat ritme doet twee dingen tegelijk. Het maakt de zindelijkheid voorspelbaar, want de momenten waarop een pup meestal moet plassen zijn nu eenmaal na het slapen, na het eten en na het spelen. En het maakt het slapen makkelijker, want een pup die weet wat er komt, valt sneller in slaap dan een pup die de hele dag op scherp staat.
Verwacht in deze week nog geen lange wakkere periodes. Jonge pups slapen het grootste deel van de dag; hoeveel dat ongeveer is en hoe je ziet dat het tijd is, staat in hoeveel slaapt een puppy.
De nachten van de eerste week
De eerste nachten zijn voor de meeste gezinnen het zwaarste deel van de week. Je pup heeft nooit eerder alleen geslapen en gaat dat ook nu liever niet doen. Wat in de praktijk het beste werkt is dichtbij slapen, zodat je pup je hoort, en er 's nachts rustig even uit voor een plas zonder er een uitje van te maken.
Huilt je pup, dan zegt dat niets over jou en ook niets over de pup. Wat je daaraan doet en hoe je het per nacht opbouwt staat in mijn pup huilt de hele nacht en waar laat je je pup slapen.
Zindelijk worden begint meteen
Zindelijkheid is in deze week geen aparte training maar een gevolg van hoe vaak je naar buiten gaat. Een pup van acht weken kan het maar kort ophouden, en buiten gebeurt er zoveel dat plassen er nog weleens bij inschiet. Ga daarom mee naar buiten, wacht rustig, en zeg pas iets als het gebeurd is.
Gaat het binnen mis, dan maak je het schoon met een reiniger op enzymenbasis en zeg je er verder niets over. Hoe lang een pup het per leeftijd ongeveer ophoudt staat in hoe lang kan een pup de plas ophouden, en waarom gewoon dweilen niet genoeg is lees je in plas uit het tapijt schoonmaken.
Houd de wereld deze week klein
Socialisatie is belangrijk, maar in de eerste week betekent dat vooral: wennen aan jullie huis, jullie geluiden en jullie mensen. Bezoek dat langskomt om de pup te zien kan beter een paar dagen wachten, en als er toch iemand komt, houd het dan kort en laat je pup zelf bepalen of die erheen loopt. In bezoek over de vloer met een pup staat hoe je dat regelt zonder onaardig te doen.
Wanneer je pup mee naar buiten mag en hoeveel beweging bij deze leeftijd past, hangt af van de entingen en van het advies van je dierenarts. Wat daarover bekend is staat in hoe lang mag een puppy lopen.
Wat je deze week bij de dierenarts regelt
Maak in de eerste week een afspraak voor een kennismaking. Daar wordt je pup nagekeken, wordt gekeken welke entingen al gegeven zijn en wanneer de volgende volgt, en kun je vragen stellen over ontworming en chip- en paspoortgegevens. Welke entingen wanneer nodig zijn verschilt per hond en per praktijk, dus dat is bij uitstek iets om aan je eigen dierenarts te vragen in plaats van op te zoeken.
Neem het papierwerk van de fokker of het asiel mee. Neem ook mee wat je pup at, want een voerwissel doe je meestal geleidelijk en niet in dezelfde week als de verhuizing.
En die 3-3-3-regel dan?
Je komt online vaak de 3-3-3-regel tegen: drie dagen om te landen, drie weken om te wennen, drie maanden om je thuis te voelen. Die vuistregel komt uit de opvangwereld en gaat over herplaatste honden die vaak al het een en ander hebben meegemaakt. Voor een pup van acht weken die rechtstreeks uit een nest komt, is het geen wet en ook geen tijdlijn waar je je aan moet meten.
Wat er wel in klopt is de volgorde: eerst landen, dan wennen, dan pas verwachten dat je hond zich helemaal thuis voelt. Gaat het bij jullie sneller of langzamer, dan zegt dat niets over hoe het verder komt.
Hoe zo'n week eruitziet in Pupwijzer
Pupwijzer is het programma dat we hier zelf bij maken, en omdat dit artikel over de eerste week gaat, is het misschien het makkelijkst om gewoon te laten zien wat je dan ziet. Hieronder staan twee schermen uit de demo met voorbeeldpup Nova.

De taken van die eerste week zijn bewust klein gehouden: de rustplek inrichten, het vaste ritme aanhouden, de naam koppelen aan iets lekkers, en de afspraak voor de volgende enting bellen. Dat is precies genoeg voor een week waarin je toch al weinig slaapt.

Het dagscherm is er voor het gedeelte waar je in de eerste week het meest mee bezig bent: naar buiten gaan. Je tikt aan wat er buiten gebeurd is, en je ziet hoe lang het geleden is en wanneer het ongeveer weer tijd is. Wie wil zien hoe dat werkt kan de demo gewoon openen; daar hoef je niets voor achter te laten.
Wanneer je de dierenarts belt
De meeste dingen in de eerste week horen erbij, ook als ze rommelig voelen. Een paar dingen niet. Bel je dierenarts als je pup niet wil eten of drinken, als er diarree of braken bij komt dat niet binnen een dag over is, als je pup sloom is en niet meer reageert zoals je gewend bent, of als er iets is waarvan je gewoon denkt dat het niet klopt. Bij een jonge pup wacht je daar liever niet te lang mee.
Dit artikel verwijst voor entingen, ontworming en voeding bewust door naar je eigen dierenarts, omdat dat per hond en per praktijk verschilt.